WINSUM – Vaak is een concert afhankelijk van de balans. Iets meer van het één of iets minder van het ander is regelmatig de oorzaak dat een concert een sof, verteerbaar of prachtig is. Vixsin demonstreerde dat op buitengewone wijze tijdens Winsummerfest. De Groningse formatie rondom zangeres en songwriter Lotta Thomese verblufte vaak met een prachtige intro, waarin een wijds en schitterend dromerig landschap wordt geschetst, om het dan in het nummer het als een gretige projectontwikkelaar vol te plempen met flats die het uitzicht bederven. Potentie volop, meer dan zelfs, maar nu de balans nog vinden. Het optreden in The Jolly Cat in Winsum was ook pas het vijfde optreden en dus is de formatie hopelijk nog druk doende om die balans te vinden.
Vixsin is de shoegaze droom van Lotta Thomese. Al op heel jonge leeftijd vertolkte ze haar dromerige wereld in liedjes waarbij ze zich liet inspireren door de shoegaze bands die ze graag luisterde. Op haar slaapkamer schreef, componeerde en mixte ze haar liedjes. Om dit ook op het podium te verwezenlijken zocht ze een band bijeen. Deze dagen bouwt Thomese met haar energieke en enthousiaste bandleden aan de toekomst en ontstaat er langzamerhand toch reuring rondom Vixsin. Het optreden op Winsummerfest was het resultaat van een tip aan de programmeur die na amper twee liedjes onmiddellijk een last minute boeking in The Jolly Cat deed om de formatie een plek te geven.
De openingen zijn uitermate dik in orde bij Vixsin. ‘Drift’ begon prachtig, kreeg al snel een oplopende stevigheid, maar wie alleen luisterde zou al snel de indruk krijgen dat het een instrumentaal nummer was. De zang van Thomese had niet de brutaliteit om boven de steeds brutere lanken van haar eigen gitaar en van de rest van de band uit te komen. Dat was erg jammer, want ze heeft, bleek op de momenten dat ze wel helder hoorbaar was, een heel fijn en veelbelovend stemgeluid. Het was een euvel dat in de loop van het optreden wel wat beter werd, maar nooit kwam die zang helemaal goed tot zijn recht. Het kan een bewuste keuze zijn, maar dan is het goed om nog eens te wegen of dit een goede keuze is. De drums vormde de introductie voor ‘Before Long’. Weer een meer dan veelbelovend begin en de zang was in dit nummer hoorbaar. Sterk gitaar werk viel de drums bij en langzaam groeide de robuustheid opgevoerd door het drumwerk. Een prima compositie, maar ook nu werd dat steeds meer op de achtergrond geduwd door de sound. Beter tot zijn recht kwam ‘Quiet Blue’. Weer zo’n mooie opening, dit keer een prima opbouw, waarbij iets meer geduld werd betracht om het liedje te laten ontplooien en die muzikale energie werd bewaard voor een sterk instrumentaal outro in dit vlotte liedje. Het mooiste nummer was ‘Swallow’. De in het intro opgebouwde dromerige heerlijke ruimtelijkheid was fantastisch. Een iets geleidelijkere opbouw hield dat was langer vast en eigenlijk was dat het punt dat de hele song bewaard had moeten worden. Dan was dit een magnifiek prachtig nummer geweest, maar ook nu schoot het energieke enthousiasme door in een muur van geluid. Desondanks is dit een nummer die de grote potentie van Vixsin toont. Er werd afgesloten met ‘Fawning’. Een song waarover het zelfde verhaal te vertellen is. Fantastische opening, misschien wel de mooiste van allemaal en daarna dicht geplamuurd. Het einde was vreemd met een gehaaste fotograaf die direct de band naar buiten stuurde voor een groepsportret. Vixsin mag wat scherpere keuzes maken. Op sommige punten, zang en aankondigingen, wat meer brutaliteit tonen, op andere punten iets minderen. Potentie in overvloed, maar de band moet de tijd krijgen om verder te groeien, zodat die prachtige liedjes zich kunnen ontwikkelen naar hun optimale vorm.