WINSUM – Er ontstaat discussie in de straten van Winsum. Twee kenners van muziek en veteranen van de scene bepraten over wat ze al gezien hebben op Winsummerfest, het alternatieve festival in het pittoreske dorp, waar op de ansichtkaartlocaties nu groepen muziekliefhebbers rondhangen. Op het Kerkpad in de schaduw van de 13 eeuwse Hervormde Kerk treft het duo elkaar en is het optreden van The Hobknobs het onderwerp waar de scheuring in de meningen ontstaat. De één heeft genoten van het duo, dat vaak als trio op het podium stond, de ander heeft het allemaal minder kunnen bekoren. Argumenten worden naar voren gebracht, oordelen uitgesproken, maar aangezien er eigenlijk over smaak niet te twisten viel, eindigde het dan ook met een civiel agree to disagree en verdwenen beide om van een volgend optreden te gaan genieten op het gezellige festival.
The Hobknobs is het project van Yaël Dekker van The Klittens en Arie van Vliet van Lewsberg die al tijden elkaars muzikale strapatsen volgden en uiteindelijk maar gingen samenwerken in wat The Hobknobs is geworden. Op het podium krijgt het duo versterking van The Klittens gitarist Katja Kahana. Een jaar geleden stond Van Vliet met Lewsberg ook in Winsum. The Hobknobs brachten kin de lente hun eerste EP ‘Gather No Moss’ uit en nu reisde het gezelschap bijna direct na een Britse tournee door naar Noord-Groningen.
De geur van oesterzwammen op de BBQ voor de deur drong J&A binnen. Door de walm maakten The Hobknobs hun entree. Yaël Dekker rustig lurkend aan een flesje tonic terwijl ze haar cassette’s op volgorde legde, Katja Kahana, gehaast even later greep haar gitaar. Arie van Vliet is een spontane spreker. Dat is goed en moed worden aangemoedigd, maar geeft ook verantwoordelijkheden om te beseffen wat je zegt. De BBQ lucht gaf hem halverwege aanleiding tot een opmerking die het herhalen niet waard is, een smet op het optreden. Dat is jammer, want misschien is dat wel indruk die je achter laat en niet de lekkere jingle jangle indiepop van de band. Dat lekkere muzikale kwam direct tot uiting in het eerste nummer ‘My Conditions’, een nummer van de EP. Het was onmiddellijk erg mooi. Dekker duwde een cassette in haar cassette dek en een ritmesectie speelde het fundament van het nummer, waarop de twee gitaren de betekenis van jingle jangle lieten horen en heerlijk dreinden, waarop tweestemmig werd gezongen. Een prima aansprekend begin en een mooie kennismaking met The Hobknobs. Nog een druk op het cassettedek en de basis voor ‘Used to It’ was gelegd. Rustig met uitblinkende zang, soms als harmonie, maar soms ook als duet met een soort vraag en antwoord, was dit erg lekker. ‘The Mind’ staat ook op de EP. Geen cassette dit keer en Kahana legde haar gitaar weg en nam plaats tussen het publiek voor dit kleine, rustig verhalende nummer, om daarna weer terug te keren voor ‘Salt’. Dat was een lekkere vlotte song, waarin Van Vliet aanvankelijk de leadzang had en Dekker de tamboerijn hanteerde, voor ze uiteindelijk het in een duet liet eindigen. Eén van de mooiste nummers van de show was ‘That was Then’. Prachtig loom gitaarwerk met als tegenhanger een hoog ritme van de cassette en de ongehaaste zang. Nu en dan kwam die zang in de omstandigheden niet helemaal tot zijn recht, maar in dit lied was dat optimaal. Weer mocht Kahana even rusten in het kleine ‘Jennette’ waarna het wederom prachtig werd in ‘Joy of Spring’ met een lekker welhaast zomers ritme uit de cassette en een heerlijke baslijn, waarover de tweestemmige zang. De tijd was korter dan de setlist. Een korte vergadering op het podium resulteerde in een heel kort nummer als duo ter afsluiting. Een mooi optreden van The Hobknobs op Winsummerfest, met aanleiding tot discussie tussen de liefhebbers die in de bloedhete zaal tot het laatst hadden genieten en hen die minder gegrepen waren.