Loading...
Recensies 2026Vera

Sterke show van Mary in the Junkyard

GRONINGEN – Van een zomerkamp voor klassieke muziek naar een art-rock optreden in Vera. Dat is de weg die Mary in the Junkyard is gegaan. Zangeres en gitarist Clari Freeman-Taylor ontmoeten violist en bassist Saya Barbaglia als tiener op kamp. Een beetje bij toeval, want ze werden bijeengezet om samen een stuk voor te bereiden en uit te voeren als prille tieners. Als de vocalist in 2022 het aanbod krijgt voor een optreden vraagt ze Barbaglia en voegde zich drummer David Addison bij de band en bleek dat er iets heel veelbelovends was geboren. Een kleine kijk op het wereld wijde web geeft een keur aan aanbevelingen en ook binnen Vera klinken in Groningen verwachtingsvolle geluiden. Het zijn sterke schouders die dergelijke verwachtingen kunnen dragen, maar Freeman-Taylor cum suis blijken tot nu toe over de schouders van Atlas te beschikken hoewel ze na afloop wat verlegen in de doorgang bij het podium staan en eigenlijk nauwelijks weten hoe met de complimenten en aandacht om te gaan en dan ook maar weer heel snel in de coulissen verdwijnen.

Na dat eerste optreden begon al snel de faam te groeien, helemaal na het uitbrengen van de EP ‘This Old House’ in 2024 en het spelen in het voorprogramma van de ook in Vera bekende band ‘Wet Leg’. In de muziek van Mary in the Junkyard is breekbare indie, postrock, subtiele elektronica en avontuurlijke experimenten te herkennen. Dit wordt gebruikt om prachtige verhalen te vertellen. Op een poëtische wijze, met rauwe randen worden de liedjes geïnspireerd door liefde, verlangen en innerlijke strijd. Eerder dit jaar kwam het debuutalbum uit van Mary in the Junkyard ‘Role Model Hermit’ met juichende kritieken. Het bracht de band voor de eerste keer in Vera.

Er vloeide onmiddellijk ‘Blood’. Het nummer bleek een rustige opener, die niet alleen erg mooi was, met een zekere kalme zwoelheid, maar ook erg kundig opgebouwd, waarbij de typerende en uitgesproken zangstem van Clari Freeman-Taylor onmiddellijk de aandacht op wist te eisen. Dat deed de zangeres ook in het wat rommeligere ‘Seek and Destroy’. In dit uptempo nummer, dat alle kanten opsprong, maar toch erg mooi was met die scherpe kantjes, bleef ook nu de zang fraai overeind en zocht de wat hogere toonhoogten op. Mary in the Junkyard liet weer een heel andere kant van zich zien in ‘Teusday’, dat klein en gevoelig en na het bijvallen van de bas van de met een potje tijgerbalsem op het podium op alles voorbereide Saya Barbaglia en de drums van David Addison, ineens en stuk robuuster is en er vandoor schiet, om daarna weer helemaal te worden terug genomen en dat dromerige herneemt voor een nieuwe demarrage wordt geplaatst. Lekker catchy is het vlotte en steeds stevigere ‘Bear Hunt’. Het is dan al erg mooi en Mary in the Junkyard maakt de reputatie waar, maar met ‘Mary’ wordt het fenomenaal. Een sterke opbouw, prachtige zang en vooral ook mooi baswerk. Voor ‘Thou Shalt Sprout’ verandert Saya Barbaglia van bassist in violist. Een donkere murderballad, waarbij de band terug grijpt op de sfeer van oude folkliedjes. Heel fijn tweestemmig gezongen, met een mooie opbouw van de spanning door de viool krijgt dit nummer steeds meer urgentie. De stem van Freeman-Taylor benadert soms de pracht van een folkzangeres als Charlie Dore in dit nummer met heerlijke breekbaarheid en gevoeligheid, waarbij Barbaglia juist dan weer stevigheid weet te geven met haar zang, waarbij de stemmen fijn samengaan. De tweede helft van het optreden blijft een hoge kwaliteit bieden. Nu en dan een enkel woordje, maar aankondigingen blijven grotendeels uit. De band laat zich steeds van een andere kant zien, met het stevige ‘Drains’ of het wederom tweestemmige en uitnodigende ‘Shall We Dance’. Na het aanvankelijk kwetsbare en dromerige, maar late vlotte ‘New Muscles’, met imposante slow motion karatekicks dat moeiteloos de aantekening hoogtepunt verdiende was er even overleg. De show werd één nummer ingekort. Na een sprong op de setlist ging het verder met ‘Crash Landing’ en werd eindelijk het harmonium betrokken bij het optreden. Fantastisch was de gevoeligheid en dromerigheid die indruk maakten in ‘This is my California’ over het najagen van je eigen dromen en zelf bepalen wanneer die droom uit komt en ‘Mouse’ over verlies en verlangen. De setlist was uitgespeeld en even leek het of Mary in the Junkyard het daarbij zou laten, maar een ovationeel en aanhoudend Vera applaus bracht het trio toch terug voor een toegift met op aanvraag uit het publiek ‘Midori’ en vooral het schitterende ‘Ghost’ dat zeker een plekje op de setlist verdiende. Een band die zeker niet iedereen zal bekoren, ook door de uitgesproken zang, maar prachtige muziek maakt die toch een groot publiek aan zich zal binden.