Loading...
Recensies 2025

Schitterende klaagzangen van Róis

LEEUWARDEN – Er zijn van die artiesten die eigenlijk met een gebruiksaanwijzing moeten komen. Mensen die dermate onverwachte keuzes maken, dat je eigenlijk niet weet wat je nou kunt verwachten. Róis is daar een voorbeeld van. Na de constatering van Explore The North dat de zangeres zal optreden in een zwart gewaad en bedekt gezicht kondigt het festival in Leeuwarden aan dat het gaat om: “Caoineadh (‘keening’), klaagzangen die in het pre-christelijke Ierland door vrouwen werden gezongen bij wakes.” Een eeuwenoude traditie die nieuw leven wordt ingeblazen door de zangeres uit county Fermanagh in Noord Ierland. Met moderne hulpmiddelen trekt ze deze zangvorm naar de 21ste eeuw. Wie dit leest zal de keuze hebben tussen, dit is boeiend of klaagzangen, mij niet gezien. De eerste groep kwam massaal naar Neushoorn, waar een goed gevulde zaal op Róis stond te wachten.

Achter Róis gaat Rose Connoly, in Leeuwarden vergezeld door drummer Josh Sampson, schuil. Op de dagen dat ze  niet achter een sluier op het podium stond is Connoly een veel belovende componiste. Tijdens haar studie aan de Royal Irish Academy of Music werd ze al onderscheiden met de winst in de Finding a Voice Competition voor de meest veelbelovende vrouwen aan deze opleiding en won ze een Arts Council of Northern Ireland-BBC NI Young Musicians’ Platform Award. Een klassieke opleiding die ze afmaakte op het Conservatorium in Den Haag. Ze schreef onder meer voor musici als de celliste Ailbhe McDonagh, voor films en een fanfare voor de Dublin Brass Week. Van huis uit had Connoly ook de liefde voor de Ierse folk meegekregen. Zowel haar opa als haar vader waren folkmusici, maar haar broers voegden daar dan weer een interesse voor contemporaine muziek aan toe met Daft Punk en Nirvana. Tijdens haar studie in Den Haag begon Connoly Iers te leren. Al deze invloeden kwamen uiteindelijk samen in Róis. Ze mengde Ierse folk met drones en synths en bracht in 2023 haar eerste album ‘Uisce agus Bean’, wat te vertalen is als ‘Water en Vrouwen’ uit en in 2024 verscheen het hooggeprezen ‘Mo Léan’, wat staat voor ‘Mijn lijden’. Met dit album over de dood onder de arm verscheen ze in Leeuwarden.

Het duo verscheen, zoals aangekondigd, met zwarte frêle hoofdbedekking. Sampson schoof achter zijn drums en Connoly nam plaats achter de synths en andere electronica. Het begon traag en kalm met prachtige zang die klaaglijk was, maar ook indringend. Een soort hint van klokkengelui vormde het tempo in dit steeds zich steeds steviger ontwikkelende nummer. Róis heeft een prachtige niche in de eigen folklore gevonden en weet dat to iets unieks, iets prachtigs en toch geheel eigen met haar wortels te maken. De kerkklokken kwamen prominenter terug in ‘Angelus 1’. Een nummer dat overging in ‘Citi’ waarin ook weer die mooie zang, maar waarin ook Josh Sampsom prominent aanwezig was. Een uitstekende drummer, die soms net iets te enthousiast was, maar in dit nummer heel fijn het tempo omhoog pracht naar een mooie jubel, wat dit een prachtig nummer maakte. Fantastisch mooi was ‘Caoine’, dat deels a capella werd gebracht en steeds grootser en grootser uitgroeide. Een prachtig hoogtepunt en waarin zingen over de dood toch iets heel erg moois kan hebben in de stemmigheid en het verdriet die het onderwerp verdienden. Zo mooi werd de emotie getroffen in dit stuk. De liedjes zijn dermate opgebouwd dat je het verhaal ook goed kunt volgen. Er zit een prachtige progressie in. De nummers kregen veelal geen of een heel summiere aankondiging, maar dat gaf eigenlijk niets. Wat, hoger en wat lichter voelde ‘Oh Lovely Appearance of Death’. Een mooi gebruik van de synths gaf dit een mooie progressie met onder andere stemgeluiden die je hoorde, maar eigenlijk net buiten bereik waren. Of je degene die heengegaan was nog kon horen, maar niet meer bereiken. Duidelijk was dat het wel een hoog love it or hate it karakter had. Een aantal toeschouwers was na een liedje ook weer verdwenen, anderen bleven geboeid hangen om niks te missen van de eerste tot de laatste minuut. ‘Feel Love’ was daarna erg gevoelig, heel subtiel en met mooie opbouw en fijne zang. Een nummer dat zich steeds indringender en krachtiger ontwikkelde en uiteindelijk overging in ‘Something in the Way’, een cover van Nirvana, waarbij Róis zich voornamelijk liet inspireren door de versie van het Unplugged album. Een mooi verbogen snoepje. Daarna veranderde het optreden van toon. Prachtig was ‘Bury Me Under The Oaktree’ dat steeds donkerder en gevoeliger werd en nog mooi in overeenstemming was met de integrale uitvoering van het album ‘Mo Léan’ waar dit het eerste nummer was dat er niet op staat naast de cover. De afsluitende twee stukken waren het swingende ‘I Love Stephen’ en het eveneens dansbare ‘Easy Day’ en toonden op het laatst een heel andere kant van ‘Róis.