GRONINGEN – Het is een stuk van Groningen vol geschiedenis. Wie zijn blik over het nieuwe onderkomen van Edanz richt, ziet dat het gebouw staat in de schaduw van de schoorsteen van de oude COVA fabriek waar zoveel Groningers hun brood verdienden met het banden voorzien van een nieuw loopvlak in plaats van ze weg te gooien. Aan de overkant van Edanz in de Oosterparkwijk ontstond in de jaren 60 één van de beroemdste Groninger bands ooit The Javelins, die decennia lang succes had, tot frontman Jan Suiveer te jong kwam te overlijden. In Edanz wordt ook geschiedenis geschreven. Bij het eerste concert op de nieuwe locatie presenteert Kayleigh Beard haar kersverse album. Dat kan niemand ontgaan, want bij binnenkomst prijst haar zus met verve het album aan en als je het niet direct wil kopen, of je het dan wil pre-saven op muzieksites, want dat is goed voor het algoritme. In de geest van de COVA die banden een tweede leven gaf, is de LP geperst met recyclede materialen. Wel nieuw zijn de prachtige electro-pop of synth-pop liedjes die erop staan.
Kayleigh Beard is een Groninger artieste die al jaren een beperkt, maar prachtig oeuvre heeft. Soms zit het even niet mee. In de tweede helft van 2020 verschijnt haar debuut album ‘Oceans Pulse’ en op het moment dat het tijd is om te oogsten met dat sterke debuut, gaat de wereld op slot achter het bordje pandemie. Op het moment dat de wereld weer wat had om naar vooruit te kijken stond Beard nog wel op een bucketlist festival als Grasnapolsky. Daarna werd het wat stiller, maar dat betekende niet dat Beard ook stil zat. Ze schreef liedjes, maar dacht vooral na over het uitbrengen van haar eerste album, de zaken die ze misschien anders had moeten aanpakken en plande vandaar uit haar tweede album ‘Mutations’. Hiervoor zocht ze coaching, werkte samen met een medeproducent en pakte ook aspecten aan die ze bij haar eerste album had onderschat. Met succes, want het is een erg fraai album geworden en in Edanz kreeg de zangeres de steun om haar liedjes de wereld in te sturen.
Langzaam stroomt de zaal vol en na het gesproken woord, dat hoort bij een plechtige gelegenheid, is het tijd dat de muziek spreekt. Een intro zwelt aan, rustige gesproken, een mooie ijlheid voor het over gaat in zang en dan weer terug naar gesproken woord, Het eerste echte liedje is ‘My Predator’. Een donker liedje met een mooi contrast tussen de tonen en synth en de kalme zang, wat het nummer spanning geeft. Het is direct de mooie zangstem van Kayleigh Beard die je pakt en mee neemt op het avontuur. Het tempo gaat omhoog voor ‘Ground’ met een mooie uitgesprokenheid. Nu en dan neemt Beard de tijd voor een praatje. Vaak gaat dit over het proces in het begin en later ook steeds meer inhoudelijk over de liedjes. Voor ‘Deer in the Headlight’ kondigt ze aan dat dit nummer niet solo is, maar dat ze Lana Renet, Welmoed Cnossen en Athena Kirste heeft gevraagd om hierbij vocaal te assisteren. Dat blijkt een prachtige toevoeging, want niet alleen voegen de stemmen echt wat toe en verrijken het lied, maar ze geven deze track ook een prachtige gelaagdheid. De dames blijven op het podium voor ‘Fairytale’, waarin ze in het a capella nummer elkaar heel even moeten zoeken, maar al snel elkaar vinden en dat wordt het intens en blijkt deze song een fraaie opbouw te hebben. De microfoons verdwijnen, maar een nieuwe gast wordt aangekondigd. Een jaar geleden kwam de zangeres in contact met Danielle Jacson die als Dee Flows met dans haar nummers visualiseert. In ‘Snake Eyes’, een nummer dat het kapitalisme aan de kaak stelt, werkt dit prachtig, hoewel het licht in dezelfde kleuren is als de linten van Dee Flows. De energie van de danseres matchte mooi met het nummer en de zang is ook nu sterk. De progressie van het nummer wordt zo op verschillende manieren vorm gegeven. Rustig, met nog steeds dans, gaat dan ‘Mutations’ van start, een liedje over dat we beter met onze omgeving moeten omgaan. In de loop van het nummer wordt het steeds uitbundiger , mooi verweven in de dans met doeken. Solo brengt Beard dan ‘Compost’, over organisch afval dat ten goede kan worden gebruikt als je omzet in iets vruchtbaars en het prachtige met zware bassynths aangezette ‘Thank God’, dat lekker uptempo is. Het feestje eindigt stevig met ‘Behold’ een robuuste song , die aanvankelijke een mooie ruimtelijkheid heeft en daarbij steeds grootser en steviger wordt. Het denkwerk heeft zich uitbetaald in een collectie prachtige songs die in Edanz op een passende wijze de wereld in zijn gestuurd en wat te vertellen hebben, bleek bij de presentatie. Op de weg naar buiten zat zuslief klaar om zelfs de laatste twijfelaars bij de lurven te pakken op lieflijke wijze om toch maar die plaat te kopen.