GRONINGEN – De Poolse man had een probleem. Samen met zijn zoon was hij naar De Oosterpoort in Groningen gekomen voor het begin van de tour van Rhiannon Giddens. Op zijn kaartje stond de ‘Kleine Zaal’, maar hoe klein is die zaal dan wel niet? Druk in de uitleg die hij kreeg dat de zaal niet zo klein was, maar dat het relatief was ten opzichte van de ‘Grote Zaal’ mistte de verre reiziger dat de hoofdpersoon van de avond vlak achter hem langsliep naar de eetzaal. Gelukkig was de Amerikaanse met haar band nog de hele avond te aanschouwen en te beluisteren tijdens een fantastisch concert, waarbij het publiek meegenomen werd door de muzikale historie, waarbij een belangrijke rol was weggelegd voor de erfenis van de Black String Band, die, tot er opnames mogelijk waren, zo lang de ruggengraat waren van de Amerikaanse muziek voor elk dansfeestje. De ironie ontging Giddens niet dat juist bij dit concert het publiek zat. Meedansen op je stoel dan maar, adviseerde ze.
Rhiannon Giddens stipte ook aan dat ze al weer twintig jaar als muzikant op de bühne staat. Na een opleiding als opera zangeres raakte ze geboeid door zowel Keltische folk muziek, alsook de de geschiedenis van Black muziek in de Verenigde Staten. Bekend werd Giddens, op zang, viool en banjo, met de Carolina Chocolate Drops, die ze oprichtte Den Flemons en waar ook Justin Robinson en Leyla McCalla, in 2023 één van de hoogtepunten op Take Root, in speelden. Na het succes en fantastische nummers als ‘Leaving Eden’ en een grammy op de schoorsteenmantel ging Giddens haar eigen weg met meer en gevarieerde projecten op tal van terreinen, onder andere als auteur van verschillende boeken. Muzikaal maakte ze naam voor zichzelf met prachtige albums als ‘Tomorrow is my Turn’ waarmee ze solo debuteerde in 2015 en ‘Freedom Highway’ uit 2017, ze maakte twee albums met Francesco Turrisi en liet haar eigen songwriting de hoofdrol spelen op ‘You’re the One’ uit 2023. Daarnaast bracht ze als onderdeel van Our Native Daughters een prachtige plaat uit. De tour die haar momenteel naar Groningen voert staat in het teken van twee albums. ‘What Did the Blackbird Say to the Crow’ maakte ze samen met Justin Robinson en zet de old-time fiddle en banjo muziek uit North-Carolina centraal en heel recent ‘Hope Is the Thing with Feathers’ haar prachtige nieuwe plaat. Op het podium naast Giddens en Robinson ook Niwel Tsumbu op gitaar, Jason Sypher op bas en Eamonn Cagney als percussionist.
Het publiek was gretig. Er verscheen iemand op het podium en het applaus barste los, maar vals alarm, er werd nog net even wat klaargezet. Op het moment dat Giddens daadwerkelijk verscheen, werd direct de toon gezet met dankbaar applaus. De artiest verscheen samen met Robinson voor het duet ‘John Henry’, tevens een eerbetoon aan de leermeester van beide Joe Thompson. Lekker vlot en dansbaar. Met de hele band ook van Thompson ‘Georgie Buck’ met mooie percussie van Eamonn Cagney was dit nog net wat steviger. Fenomenaal was daarna het ingetogen ‘Hope Is the Thing with Feathers’. De stem van Giddens kwam optimaal tot uiting in dit uiterst gevoelige nummer, maar toch ook met de nodige gedrevenheid die de emotie ferm benadrukte. Hierna dook Giddens de geschiedenis in. Een opdracht noopte haar na te denken over de muziek, zoals die in de Verenigde Staten klonk tijdens de onafhankelijkheid. In drie stukken nam ze haar publiek mee naar Schotland, de Congo en Ierland met uitvoeringen van muziek die toen nog heel vers uit het thuisland was gekomen en gezamenlijk de basis vormt voor tal van hedendaagse muziek stromingen. Gebruikmakende van de gretigheid van het publiek, werd dat nog verder geënthousiasmeerd en betrokken met meeklappen en -zingen in ‘Jane’ waarna met een prachtige uitvoering van ‘Black Annie’, lekker fel en de combinatie van ‘All The Purchasers Option’s’ en ‘Following The North Star’ naar de pauze werd toegewerkt. Dit zijn nummers uit de traditie van de ‘Black String Band’. Giddens balanceerde regelmatig op het slappe koord van de geschiedenisles en het concert. Je wilt de vaart erin houden, maar geschiedenis heeft ook vele facetten en laat zich moeilijk in een enkel woord vatten. Nu en dan had dat iets puntiger gekund, maar over het algemeen waren de verhaaltjes prima, charmant en met humor gebracht. Na een pauze keerde Giddens terug met alleen Niwel Tsumbu voor ‘Freight Train’, waarna de band terug keerde en Jason Sypher het intro verzorgde op bas voor ‘The Love We Almost Had’ dat wat steviger was en erg mooi, hierna werd de lead over gegeven aan Tsumbu voor diens ‘Wake Up’. In Congo stapelen de problemen zich op, constateerde de Congolees, maar je hoeft niet te wachten op een ander, maar kunt zelf beginnen om ze op te lossen, waarbij hij de steun van het publiek vroeg om mee te zingen. Prachtig was het verhaal voor ‘We Could Fly’. Een verlangen naar vrijheid, waarbij de mens zich niet meer herinnert dat hij kan vliegen, maar wie dat terugvind uit nare omstandigheden, lees slavernij, kan ontsnappen. Daarmee kwam het einde alweer in zicht. Een in Egypte geleerde song over hoe de mens elkaar zoveel ellende aan kan doen, ‘Wein a Ramallah/ City of Gold’ waar Giddens in het Arabisch de oorsprong eert, maar in het Engelstalige deel verwijst naar de vreselijke racistische slachtpartijen in Tulsa, Oklahoma, en Wilmington. Het verbindt het lijden en is ook een aanklacht in een impressionant mooi nummer. Het eindigde prachtig. ‘I Shall Not Be Moved’ vraagt om samenzang en de hele zaal zong uit volle borst mee. Een toegift met de traditional ‘Old Corn Liquor’ was de afsluiting van een fenomenaal begin van de tour. Een concert als dit is een cadeautje dat je nog heel lang bijblijft.